De evolutie van rolschaatsen

0 Comments

De rolschaats heeft de wereld veroverd. De rolschaats is ooit zijn leven gestart als een 18e -eeuwse mislukte truc die tot gelief een Amerikaanse sport is uitgegroeid. Rolschaatsen is nu zowel een hobby als een wedstrijdsport. Het pallet is breed; wedstrijden wie de snelste is, ijshockey, danswedstrijden en ook kunstschaatsen vallen onder de rolschaatssporten. Hieronder hebben wij de geschiedenis van de rolschaats opgenomen. Het begint allemaal bij Joseph Merlin, een Belg (alhoewel België toen nog onderdeel was van Nederland!). Lees snel hieronder meer over de geschiedenis.

1760: Begonnen vanaf de bodem, nu botsen we tegen een spiegel

In 1760 heeft de Habsburgse Joseph Merlin de rolschaats uitgevonden. Althans, de uitvinding Joseph toegeschreven. Tegenwoordig ligt de geboorteplaats van Joseph in België. De uitvinding was niet uniek; tegen het einde van de achttiende eeuw zijn meerdere tekeningen van wielen die aan schoenen of schaatsen zijn bevestigd gevonden. Het ontwerp was niet foutloos; tijdens de eerste proefrit kwam Joseph er al snel achter dat een remmechanisme handig is om te hebben bij rolschaatsen! Dat heeft hem niet weerhouden nog meer boeiende uitvindingen te verzinnen.

1819: Veranderingen volgen

In 1819 patenteerde M. Petibled de eerste skate. Helaas waren ze, net als de eerdere versies van rolschaatsen, nogal moeilijk te gebruiken, omdat ze alleen recht vooruit en achteruit konden rollen.

1863: Eindelijk, quad skates zijn er gekomen

Rolschaatsen kregen een grote upgrade in 1863, toen uitvinder James Plimpton op het idee kwam om een paar rolschaatsen te maken met twee parallelle sets wielen – twee aan de voorkant, en twee aan de achterkant. En zo werd de vierwielige schaats geboren! De meeste mensen leren schaatsen op quad skates, en dit is ook wat je krijgt als je schaatsen huurt op onze Odenton ijsbaan. Plimpton’s ontwerp revolutioneerde niet alleen de plaatsing van rolschaats wielen, maar introduceerde ook rubberen veren, waardoor ze de eerste land schaats werden (in tegenstelling tot ijs schaatsen) die in een bocht konden rijden.

Eind 1800 verder: Steeds beter

De Engelsman J.F. Walters’ driewielige schaats uit 1882, geïnspireerd op de driewieler, of de Parijse Charles Choubersky’s fietsschaats uit 1896, met twee kleine fietswielen, bleken geen succes te zijn.

Andere innovaties op rolschaatsen sloegen wel aan doordat ze het vermogen van de schaatsers om te draaien en hun snelheid te controleren verbeterden. De standaardisatie van teenstoppers in het midden van de 20e eeuw, maakte het afremmen en stoppen veel gemakkelijker. Houten wielen maakten uiteindelijk plaats voor metalen en rubberen wielen. Toen polyurethaan wielen de norm werden, verbeterde de tractie, en de roller disco rage explodeerde in de jaren 1970.