Zijn professionele atleten gezond?

0 Comments

Een paar weken geleden plaatste Stuart McMillan, de sprintcoach van Altis, een zeer tot nadenken stemmende post op sociale media. Stu stelde dat eliteprestaties niet gezond zijn, en dat heeft een geweldige discussie op gang gebracht, met veel goede punten van verschillende deelnemers. Over de vraag of topsport gezond is of niet, heb ik lang nagedacht, en naar aanleiding van Stu’s opmerkingen heb ik eindelijk de mijne eens op een rijtje gezet.

Wat is ‘gezondheid’?

Om te bepalen of sporters gezond zijn, moeten we eerst een definitie van gezondheid geven. De meest geciteerde definitie komt van de Wereldgezondheidsorganisatie, die zegt dat gezondheid “een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn is, en niet alleen de afwezigheid van ziekte of gebrek”. Dit geeft aan dat we ons niet alleen kunnen richten op het fysieke aspect van gezondheid, maar dat we ook de psychologische en sociale aspecten in aanmerking moeten nemen – die ik beide in dit artikel zal behandelen.

Een ander belangrijk punt om te overwegen is hoe we topatleten definiëren. Dit is om verschillende redenen belangrijk voor de interpretatie van het onderzoek. Ten eerste zijn er maar heel weinig topsporters in de wereld, zodat echte elites in onderzoek niet in groten getale worden aangetroffen. Dit is problematisch, omdat we grote aantallen mensen nodig hebben om populatiebrede trends in gezondheid te ontdekken.

Een tweede probleem is dat er niet echt een consensus bestaat over wat een topsporter is. In de atletiek beschouwen we een Olympiër als elite, of misschien iemand die aan de wereldkampioenschappen heeft meegedaan. Maar hoe zit het met niet-olympische sporten, zoals American football? Hoe definiëren we een topsporter binnen dat domein? De meest gangbare oplossing is dat topatleten diegenen zijn die op internationaal niveau aan wedstrijden meedoen, hoewel sommige sporten (NFL, AFL) niet echt internationale competities kennen, dus het is geen algemeen begrip.

Fysieke gezondheid: Korte termijn en lange termijn

Laten we beginnen met de fysieke gezondheid. Over het algemeen leven voormalige topsporters vijf tot zes jaar langer dan niet-atleten en hebben ze minder kans op hart- en vaatziekten en beroertes (hoewel dit alleen geldt voor duursporters en teamsporters). “Krachtsporters, vooral boksers, hebben meer kans om aan dementie te overlijden dan niet-atleten. Andere studies hebben soortgelijke bevindingen, hoewel zij illustreren dat statistische anomalieën voorkomen wanneer men grote hoeveelheden gegevens analyseert. Zo hadden honkbalspelers wier naam met de letter D begon een kortere levensduur dan degenen wier naam met de letters E tot en met Z begon.